Interview met Ronald Jan Heijn, oud-hockeyinternational en schrijver, over zijn tijd op het Kennemer Lyceum

24 mei 2021 0 comments Eylard Wurpel Categories Geen categorie
Spread the love

Welke jaren zat je op school?

1972 – 1979

Klassenfoto 2 Gymnasium, Kennemer Lyceum uit 1973. Ronald Jan Heijn rechtsboven met been in de lucht.

Wie was je favoriete leraar?

Guus Stevens, mijn leraar oude talen. Vooral tijdens het behandelen van de Griekse en Romeinse filosofische vertalingen, stimuleerde hij ons om maatschappijkritisch te denken. Zevenendertig jaar later, in 2016, heb ik hem mijn boek over de Nieuwe Tijd cadeau gedaan en hebben we er bij hem thuis over gepraat. Bijvoorbeeld over de beschaving van Atlantis ten opzichte van die van de Egyptenaren, Romeinen en Grieken. Zijn felheid en kritisch vermogen was er nog steeds, we hadden een ouderwets geanimeerd gesprek.

Wie was je beste vriend/vriendin?

Sandra Le Poole, mijn lieve vriendin & maatje. Mijn hele Kennemer tijd (ook nog 2 jaar daarna) ben ik in de gelukkige omstandigheid geweest om samen met haar vriendje/vriendinnetje te mogen zijn 😊. We zaten niet in dezelfde klas, vooral buiten schooltijd waren we onafscheidelijk (foto van ons 2-en uit 1978). We hebben veel meegemaakt met elkaar en veel van elkaar geleerd, tot op de dag van vandaag een heel dierbare vriendschap.

Verder had ik uit mijn eigen klas en nevenklassen meerdere vrienden. Terugkijkend zou ik zeggen dat ik in verschillende vriendengroepen zat, elk met een eigen gemeenschappelijke interesse en dynamiek (De klassenfoto is uit 1973 van 2 Gymnasium. Heel kinderachtig moest ik zo nodig mijn been omhoog doen, sorry Jerry 😉).

Ronald Jan Heijn en Sandra Le Poole in 1978, Kennemer Lyceum

Hoe heb je het Kennemer toen ervaren? En waarom?

De tijd op het Kennemer bestaat voor mij uit twee delen: voor en na het zitten blijven in de vierde klas Gymnasium B. De eerste 3 jaar gingen voorspoedig, voor mezelf was ik streng en best wel een streber (nu weet ik: vanuit onzekerheid). Ik haalde 8-en en 9-ens. In de vierde Gymnasium kreeg ik een blessure aan mijn rug (ziekte van Scheuermann, die zich gelukkig niet doorzette): hierdoor mocht ik een jaar niet hockeyen en sporten. En vooral het hockey was heel belangrijk in mijn leven; ik kon er veel energie en creativiteit in kwijt. Dus toen dat wegviel, viel mijn leven stil. Ik ging me steeds meer opsluiten op mijn kamer en al hetgeen ik van belang vond, werd totaal onbelangrijk. Ik leefde teruggetrokken, en ook kritisch en boos op school. Zo gaf het bijvoorbeeld een machtig gevoel om mijn proefwerk vel expres leeg in te leveren, dus zonder ingevulde antwoorden. De leraar was machteloos, want hij wist dat ik het wist. Maar niet alleen de leraar, met deze verzetsactie deed ik uiteindelijk ook mijzelf verdriet. Die pijn had ik nodig en deed me ook ‘goed’ (nu weet ik natuurlijk: vanuit een slachtofferrol). En na ook stoppen met huiswerk leren, wist ik later in het jaar natuurlijk ook de antwoorden niet meer. Toen ik weer mocht sporten, pakte ik gelukkig de positieve draad weer op.

Toch ben ik heel dankbaar voor dat negatieve baaljaar. Pas in 2010 kwam ik erachter dat dit rustjaar een blessing in disguise is geweest naar aanleiding van een artikel over de stervoetballer Messi. Zoals zovelen sportgenoten bleef ook Messi als jeugdspeler (te) klein aangezien veel van de nodige groei-energie verbruikt werd door zware trainingen en wedstrijden. En inderdaad, toen ik moest stoppen met sporten was ik nog een van de kleinste van de klas, maar in dat rustjaar ben ik enorm gegroeid!

Maar niet alleen voor de groeispurt ben ik dankbaar, in die periode ben ik ook mijn streberigheid – om alles zo perfect mogelijk te doen – kwijtgeraakt. Tevens werd mijn niet-meer-tegen-mijn-verlies-kunnen verleden tijd. Hiermee werd een belangrijk zaadje gezaaid waardoor ik topsport ging relativeren en uiteindelijk jaren later de rug heb toegekeerd. Dus al met al werd ik in dat rustjaar vooral voor mezelf een prettiger persoon.

En last but not least, tijdens mijn zelfgekozen ballingschap heb ik de wondere wereld van de progressieve en psychedelische rockmuziek ontdekt, zoals die van Yes en vooral Genesis. Deze wereld heb ik extra intens ervaren door een Sint cadeau: de koptelefoon! Tot op de dag van vandaag kan ik nog steeds enorm genieten van en mij terugtrekken in de ruimtelijke muziek van (de oude) Genesis en Pink Floyd! (Bedankt Jerry Koper voor mijn inwijding hierin! Zoals gezegd zit Jerry op het dak achter mijn voet 😉)

Wat was je mooiste/leukste herinnering?

Leukste herinnering is toch de Gymnasium klas als thuisbasis, zeker in de latere jaren toen de klassen echt klein waren (12). De VWO klassen zaten bij elkaar tijdens wis- en natuurkunde, talen en dergelijke. Maar bij Latijn en Grieks zaten we dan weer ‘even onder elkaar’, meestal aan het zonnige eind van het bijgebouw aan het water. Bij mooi zomers weer zaten we ook wel eens buiten onder een boom.

Zo kon ik ook zeer genieten van de intellectuele discussies; er zaten een paar hele slimme en prettig gestoorde leerlingen bij. Wij waren overigens geen saaie klas, er was veel humor, maar niet ten koste van. We waren ook niet zozeer de karikaturale studiebollen of nerds; onze klas was frappant genoeg een goede sportklas. Maar we waren zeker geen stoere types en gaven ook niet zoveel om feesten, roken, drinken of drugs (tot op de dag van vandaag ;), hierin waren we ‘kindred spirits’. Als ik er zo op terugkijk heel onschuldig en schattig bijna 😊.

Een leuk specifiek voorval speelde zich af in de pauzes. In mijn ‘pukkel’ zat vooral bruinbrood met kaas, soms jam, en een appel. Meestal had ik in de eerste pauze alles al op. Op een dag viel me op dat Arthur Bauduin (op de klassenfoto helemaal rechtsonder) in zijn broodtrommel zalig wit brood met speculaas als beleg bij zich had. Of hij een keer wilde ruilen misschien? Nou, ruilen hoefde niet, ik mocht er gewoon één proberen. Na al die overdreven gezonde bruine boterhammen was dat een traktatie!

Ook de dagen daarna was hij zo aardig om mij te trakteren. Na ongeveer twee weken kwam Arthur naar me toe, deed zijn trommel open en daar lag het… een wit boterhamzakje met de naam ‘Ronald Jan’ erop! Ik schoot in de lach, maar was ook ontroerd. Wat ont-zet-tend lief! Temeer als je bedenkt dat de moeder van Arthur daarna elke ochtend, maandenlang boterhammen voor mij heeft gemaakt! Bij deze wil ik haar alsnog bedanken. Dat heb ik destijds vast al gedaan, maar nu met extra respect sinds ik als vader ook de Mount Erverest ervaring heb meegemaakt van het smeren van boterhammen tijdens het ochtendspitsuur. Dus, lieve, lieve mevrouw Bauduin, duizendmaal dank, die zalige witte boterhammen met speculaas hebben mij destijds door dat Kennemer jaar heen geholpen!

Wat heb jij als een cadeau ervaren door je tijd op het Kennemer?

Het grote cadeau vond ik niet alleen de structuur van het Kennemer zoals het mooie klassieke schoolgebouw en de uitgebreide sportfaciliteiten, maar vooral ook de cultuur van de dorpse sfeer van de kleinschaligheid (500 leerlingen destijds?), de diversiteit van de verschillende bloedgroepen (havo, atheneum en gymnasium) en dus de eerdergenoemde kleine intieme Gymnasium klassen.

Zelfs een ontsnappingsmogelijkheid was aanwezig in de vorm van het ouderlijk huis van Sandra, dat slechts 150 meter van de school was gesitueerd, waardoor we in de vrije tussenuren bij haar thuis konden zijn… waar niemand aanwezig was… tijdens die vrije uren dus… terwijl niemand thuis was… of had ik dat al gezegd? 😊

Terugkijkend kan ik geruststellen dat het Kennemer voor mij de juiste habitat was voor mijn geestelijke én lichamelijke ontwikkeling ;).

Wat heb je op het Kennemer gedaan wat niemand mag weten?

Het is niet zozeer dat niemand het mag weten, maar ik heb het eigenlijk nooit verteld. In mijn tijd was er een groep binnen de havoleerlingen die echt heel anders was. Meestal in het zwart gekleed stonden ze bij elkaar te roken in een afgelegen fietsenhok. Ze stonden daar vooral heel geheimzinnig, stil en gesloten te wezen. Schijt aan van alles en nog wat. Ik vond het een fascinerende groep.

Wie daar ook bij hoorde was de later bekende actrice Manouk van der Meulen. Ik vond haar van een bijzondere mysterieuze schoonheid. Tegelijkertijd had ik heel sterk het gevoel dat ik voor haar en deze groep totaal oninteressant was. Alsof zij 25 en ik 15 was, terwijl ik in werkelijkheid een jaar ouder bleek te zijn. Waarschijnlijk was ik voor hen veel te speels, positief, sportief en ‘Braaf-Beschermd-Bloemendaal-achtig’ 😊. Ik weet dat natuurlijk niet, maar zo ervoer ik dat (zegt natuurlijk alles over mij, zie eerdergenoemde onzekerheid).

Op een bepaald moment verdween Mysterious Manouk uit beeld. Jaren gingen voorbij totdat ik haar plotseling op tv zag. Dat was een bijzondere ervaring, want ik had haar eigenlijk nooit gekend en opeens zag ik haar praten, lachen en bewegen. Nog leuker was de situatie dat we bij toeval – 35 jaar na onze schooltijd, in 2011 – mailcontact kregen. Opeens kwam een helemaal vergeten en mysterieus Kennemer verleden naar boven. In het telefoongesprek dat daarop volgde, heb ik het opgebiecht. Ze wist inderdaad niet wie ik was, ik heb 3 keer mijn naam moeten zeggen. Nee, hoor, grapje… ze wist wie ik was (ze had mij benaderd) en we hebben nog even leuk over ons Kennemer verleden gesproken. Mijn toenmalige fascinatie voor haar was haar geheel ontgaan… 😊

Manouk van der Meulen in Lost in Amsterdam (1989) van Pim de la Parra