Interview met David Moolenburgh, Burgemeester van Zandvoort, over zijn tijd op het Kennemer Lyceum

6 april 2021 0 comments Eylard Wurpel Categories Geen categorie
Spread the love

Welke jaren zat je op school?

Van 1984 tot 1986 heb ik twee jaar havo gedaan na mijn mavo examen. Maar kort dus. Maar wel twee hele mooie, vormende, jaren waarin ik echt heel veel plezier heb gehad en mezelf afvraag hoe ik in hemelsnaam mijn examen heb gehaald naast alles wat ik deed behalve leren. Veel muziek maken, veel feesten, elk weekend naar Het Haasje. Ik heb twee keer na een ongeluk in het ziekenhuis gelegen en een jaar KLV bestuur gedaan. Toch kreeg ik na twee jaar het felbegeerde papiertje.

Boven: Marc Jellema, David Moolenburgh, Joris Tinbergen, Jürgen Balk
Beneden, Ellen Dikker, Mileen de Wit, Charlotte Ferwerda
KLV bestuur, Kennemer Lyceum

Wie was je favoriete leraar?

Eric Kerner, Hij was twee jaar de mentor van onze klas die bestond uit mensen die al havo deden en een aantal instromers waaronder ik. Superleuke klas met niet de makkelijkste types om les aan te geven en Kerner maakte daar echt een eenheid van. We hebben echt heel veel lol gehad.

Wie was je beste vriend/vriendin?

Ik had heel veel vrienden en vriendinnen. Ik trok zowel op met klasgenoten als met mensen uit andere klassen. Ik heb nog steeds goed contact met een aantal mensen. Pien Bus zie ik nog vaak en met Pieter Schell speel ik al vanaf het Kennemer in een bandje dat nog steeds optreedt. Met daarin ook oud-Kennemers Peter Huber en Niekbert Phaff. Die waren iets ouder, maar de nog steeds hechte muzikale vriendschap is daar begonnen.

Hoe heb je het Kennemer toen ervaren? En waarom?

Ik heb een hele mooie tijd gehad. Er kon echt heel veel. Als ik zie hoe gereguleerd het nu allemaal gaat bij mijn kinderen. Het was bij ons veel meer “vrijheid, blijheid”. Het jaar KLV bestuur was geweldig omdat we het lustrumjaar hadden. Ik heb alle notulen laatst teruggevonden bij een verhuizing. We organiseerden een feest en boekte een onbekende meidengroep, Mai Tai. Die scoorden echter vlak voor het feest een enorm hit. Feest bij voorbaat al geslaagd. We kregen het zelfs voor elkaar gedurende de lustrumweek gokkasten in de kantine te plaatsen. Daar zou je vandaag niet meer mee aan moeten komen.

Ik herinner me ook een zeer open houding tussen een aantal leraren en de leerlingen. Ik gebruik nog wel eens voorbeelden van dingen die leraren tegen ons zeiden, waar je nu de krant mee zou halen.

David Moolenburgh, Burgemeester van Zandvoort

Wat was je mooiste/leukste herinnering?

“Ik heb zo veel mooie herinneringen. Als er één bovenkomt is het de Sinterklaasviering 1984. We hadden een stuk geschreven dat drie keer werd opgevoerd. Guido van Rijn was Sinterklaas en had bedongen dat er een fles Schelvispekel of iets anders vies in zijn kleedruimte zou staan. Het stuk ging over een Horrorsint en zijn “geile grieten”. Horrorsint, gespeeld door Robert Bulthuis, was ingevroren geweest en kwam weer tot leven door een stroomuitval en ging de boel eens stevig verstieren. De echte Sint, lees Guido van Rijn, zou op een brommertje komen aanrijden en het gevecht aan gaan met de Horrorsint. Om het allemaal wat echter te laten lijken hadden we de (nep)buik van Robert opgevuld met een paar kilo koeiendarmen die we bij het slachthuis hadden gehaald. Bij de derde opvoering was Guido zo enthousiast en leefde zich zo in in zijn rol, en mogelijk dat de Schelvispekel daaraan mee hielp, dat hij met zijn staf de darmen uit de buik van de andere Sint rukte en er mee begon te zwaaien boven de hoofden van het toch wel enigszins verbouwereerde publiek. Door alle gillende meisjes was de feestvreugde compleet.

Nog een andere mooie herinnering. We hadden met een schoolband gespeeld op de Interlyceale op het Baarns Lyceum. Alle apparatuur zat alweer in de vrachtwagen. We vonden echter het feest na afloop heel suf en hebben dus doodleuk alle spullen weer uitgeladen, opgesteld en begonnen te spelen terwijl het feest al afgelopen moest zijn. Tot vreugde van de zaal. Behalve de Baarnse rector die woedend en breed gebarend voor ons stond dat we moesten stoppen. Uiteraard hadden wij allemaal de film de Blues Brothers gezien en we speelden door. Ondanks dat we maar weinig nummers hadden en dus steeds weer opnieuw begonnen. Uiteindelijk resulteerde het er in dat de rector eigenhandig de stroom afsloot en we dus wel moesten stoppen.”

Wat heb jij als een cadeau ervaren door je tijd op het Kennemer?

Pakt u allen even een teiltje Dames en Heren. Ik liep op een dag in de kantine tegen een wonderschone schoolgenote op, Pauline Eenhoorn. Vanaf dat moment zijn we al 35 jaar samen. Dat kun je wel een cadeau noemen, lijkt me.

David tijdens een optreden met de band BrandNewOldtimers, die bestaat uit 4 oud-leerlingen: Niekbert Phaff, Peter Huber, Pieter Schell en David Moolenburgh

Wat heb je op het Kennemer gedaan wat niemand mag weten?

Genoeg zaken die de openbaarheid niet kunnen dragen en die in mijn rol als Burgemeester met de mantel der tijd bedekt moeten blijven . Doordat we zo veel deden op school hadden we een streepje voor. Zo kwam ik altijd te laat en werd ik vaak de les uit gegooid bij mevrouw Cornelisse, niet mijn vriendin. We hadden twee jonge conciërges, Rem en Paul, waarvan er één een dienstweigeraar was. Bij mijn weten heb ik nooit enige sanctie gekregen omdat mijn naam steeds op onverklaarbare wijze uit het systeem verdween. Verder kwam ik toevallig laatst Maya van de Vlis tegen. Die deed me aan de verkiezing voor het KLV bestuur en we hadden bedacht dat het leuk was als zij tijdens de bijeenkomst in de kantine waar de kandidaten zich voorstelden verkleed als Maya de Bij aan een touw uit het plafond zou komen zakken. Conciërge Rem zou het touw vasthouden, maar Maya dacht onterecht het afgesproken teken te horen en sprong te vroeg uit het luik. Rem kon net op tijd het touw nog vastgrijpen en redde Maya van een zeer pijnlijke val van een meter of zes. Rem had de brandwonden in zijn handen staan overigens. En wij werden op het matje geroepen bij rector Vermeulen die woedend was hoe we dit in hemelsnaam hadden kunnen bedenken.